TUNNELVEILIGHEID / DIENSTENZONES

INTERVIEW

Tunneltechnieken: nieuwe standaard gezet

In Vlaanderen spelen tunnels een steeds grotere rol in onze mobiliteit. Achter zo’n constructie zit een complex geheel aan technieken. De vernieuwde Beverentunnel uit 2025 is daar een mooi voorbeeld van.

Tunnelveiligheidsingenieurs Heidi Cuypers en Joachim Peerlinck leggen uit hoe moderne tunnels vandaag veilig gehouden worden.

Welke technieken zitten er standaard in een tunnel? Joachim: “Een tunnel is één geïntegreerd systeem van meerdere complexe technieken. Met de Vlaamse Tunnelrichtlijn hebben we drie standaarduitrustingen ontwikkeld, naargelang het risicoprofiel van de tunnel. Daarmee zoeken we een correcte balans tussen kosten en veiligheidswinst. Vooral lengte en verkeersdrukte zijn belangrijke parameters. De Beverentunnel heeft standaarduitrusting a, het hoogste niveau.

Er komt meer bij kijken dan je denkt. Het afsluitsysteem bijvoorbeeld: dat lijkt simpel – gewoon een slagboom. Maar je kan die niet zomaar dichtgooien. Eerst moet de snelheid omlaag via dynamische borden. De slagboom checkt zelf of er nog een voertuig onder staat. En hij moet bediend kunnen worden vanuit het Verkeerscentrum én lokaal door de hulpdiensten.”

Heidi: “Daarnaast heb je camerabewaking, ventilatie voor luchtkwaliteit en rookbeheersing, stilstanddetectie, noodintercoms, omroepinstallaties, branddetectie en blusmiddelen. Ook nooduitgangen en noodverlichting zijn standaard. Al die onderdelen werken nauw samen en zorgen ervoor dat een tunnel slim reageert bij incidenten.”

Zagen jullie het eisenpakket de voorbije tien jaar evolueren? Heidi: “De Europese Tunnelrichtlijn bestaat al sinds 2004, maar die was nogal algemeen. De voorbije jaren hebben we hard gewerkt aan de Vlaamse Tunnelrichtlijn, die algemene topeisen vertaalt naar concrete technische eisen voor Vlaanderen. Tegen eind 2026 willen we alles gepubliceerd hebben.”

Wat als er toch iets misgaat? Joachim: “Brand is het gevaarlijkste scenario. Daarom willen we binnen de minuut detecteren. Dat gebeurt via camera’s én sensoren. Zodra er rook wordt gedetecteerd, komt er in het Verkeerscentrum een alarm binnen. De verkeersleider kan dan de tunnel sluiten en een evacuatie starten. De ventilatie houdt de vluchtroute rookvrij. Er is zelfs een systeem dat het radiosignaal in voertuigen tijdelijk onderbreekt, zodat je de noodboodschappen in de tunnel hoort. Tegelijk wordt de evacuatieverlichting geactiveerd.”

Heidi: “Elk systeem is behoorlijk complex. Neem de ventilatie: in de koker waar de brand woedt, draait die op volle kracht om de rook één kant op te blazen. In de vluchtkoker wordt overdruk gemaakt zodat daar zéker geen rook binnenkomt, zelfs niet bij een open deur. In de andere, rookvrije voertuigkoker wordt een lichte tegenstroom gecreëerd, zodat daar geen rook binnengetrokken wordt. Ondertussen blijven de ventilatiesystemen van de dienstgebouwen gewoon draaien. Het moet allemaal tegelijk en foutloos gebeuren.”

Joachim: “De grote verandering bij moderne tunnels is dat veel processen geautomatiseerd worden. We werken met ‘bedrijfstoestanden’: bij een noodtoestand schakelt de tunnel zélf alles in wat nodig is. Daardoor kunnen verkeersleiders zich focussen op communicatie met de hulpdiensten.”

Hoe weten wegbeheerders hoe ze een veilige tunnel moeten ontwerpen? Joachim: “De Vlaamse Tunnelrichtlijn geeft een stevig kader dat rekening houdt met verschillende risicoprofielen en zorgt voor meer uniformiteit. Maar elk project blijft uniek.”

Heidi: “Daarom blijven we dicht bij de praktijk. We werken nauw samen met ontwerpers, projectingenieurs en mensen op het terrein. Tunnelcoördinatoren, brandweer, verkeersleiders, onderhoudsteams… Hun feedback is onmisbaar. Uiteindelijk draait het er allemaal om goed naar elkaar te blijven luisteren. Bij deze ook onze complimenten aan alle betrokken partijen voor hun inspanningen bij de Beverentunnel om het papier in de praktijk om te zetten!”

Blijf op de hoogte van de Vlaamse Tunnelrichtlijn

INTERVIEW

Vlaanderen vervult voortrekkersrol op gebied van snelwegparkings met laadpunten

Vlaanderen blijft één van de voorlopers als het aankomt op laadstations langs snelwegen. Dat bleek opnieuw in september 2025 toen in Gentbrugge langs de E17 een nieuwe state-of-the-art dienstenzone de deuren opende.

Aan de E17 tussen Antwerpen en Gent opende in beide richtingen een gloednieuw laadstation. Jaarlijks passeren hier zo’n 26 miljoen voertuigen. Beide locaties beschikken daarom over 16 laadpunten van 400 kW voor auto’s en vier laadpunten voor vrachtwagens. “De snelwegparkings in Gentbrugge zijn de eerste volwaardige dienstenzones met eet- en drankgelegenheid, shop en snellaadinfrastructuur voor personen- en vrachtwagens - zonder een aanbod aan fossiele brandstoffen, in ons land en wellicht zelfs in Europa. Zeg dus niet meer tankstation, maar verzorgingsplaats”, zegt Tom Debruyn, concessiebeheerder voor AWV.

Beter dan de Europese richtlijnen Vlaanderen biedt chauffeurs van elektrisch aangedreven voertuigen op de hoofdwegen om de 25 kilometer een laadpunt met ultrasnelladers aan. De Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR) vraagt slechts om de 60 kilometer een ultrasnellaadpunt. Daarmee voldoet Vlaanderen dus ruimschoots aan de EU-norm.

“Volgens onze recente berekeningen, zitten we nog tot 2035 gebeiteld als het op ultrasnelladers voor personenwagens aankomt”, zegt Tom. “Maar met het strategisch netplan dat we binnenkort afronden, kijken we verder naar de toekomst. Dat studietraject van een jaar maakt met alle stakeholders een blauwdruk van hoe de ideale dienstenzone er hoort uit te zien. Het vorige strategische netplan dateert van 2016. Tien jaar later nemen we dit helemaal opnieuw onder de loep. Waar planten we ze best in? Wat hoort er allemaal te zijn van infrastructuur, beveiliging, groen en comfort? Met die inzichten gaan we binnenkort aan de slag bij het vernieuwen of aanleggen van nieuwe dienstenzones.”

Inhaalmanoeuvre voor vrachtwagens Met de laadpalen in Gentbrugge erbij, beschikken we langs Vlaamse snelwegen momenteel over vier locaties met snellaadpunten voor vrachtwagens. Ook de dienstenzone in Peutie heeft twee laadpunten voor vrachtvervoer. “Hier moeten we wel nog een inhaalmanoeuvre inzetten”, zegt Tom. “De richtlijnen van de AFIR voorzien dat er op het Europese snelwegennet (TEN-T) om de 60 kilometer op het kernnetwerk en om de 100 kilometer op het uitgebreid netwerk een laadpunt voor vrachtvervoer hoort te zijn. Daar zijn we vandaag nog niet, maar we werken hier hard aan.”